 |
Let
op: Deze bondage kan beknellingen veroorzaken, zowel van de
bloedsomloop als van de (bovenbeen) zenuw.
- De knieholte is een
gevoelige
plek waar zowel bloedvaten als zenuwen aan de oppervlakte liggen. Als
je het krabje strak aanlegt (dat wil zeggen, met het boven en onderbeen
te strak tegen elkaar aan gebonden) kunnen in de knieholte beknellingen
ontstaan, ook als in de knieholte
geen touw zit. Met name bij (iets) stevigere modellen die
wél lenig zijn is dit een veel voorkomend probleem. Qua
lenigheid in de spieren wil het been makkelijk verder buigen, maar
fysiek is er eigenlijk "geen ruimte" om de enkel nog dichter tegen heb
bovenbeen te trekken omdat er een vetlaagje in de weg zit. Als knoper
ben je snel geneigd om de bondage tóch flink strak aan te
trekken; het been beweegt soepeltjes mee, en het vet laat zich
makkelijk "in elkaar persen", dus je hebt niet snel het gevoel dat je
iets forceert. Maar bij het strakker trekken van de bondage pers je
óók het vet in de knieholte samen: dit geeft veel druk op
de zenuwen en bloedvaten.
- De touwen om het bovenbeen
kunnen op de bovenbeenzenuw drukken (zie afbeelding). De kans dat dit
bij deze bondage
problemen geeft is niet zo heel groot; een te strak zittend krabje moet
negen van de tien keer al los wegens problemen in de knieholte
láng voordat de bovenbeenzenuw begint te protesteren. Mochten er
echter tintelingen (of andere tekenen van beknelling) in het bovenbeen
optreden dan is het de moeite waard om de bovenste band een stukje te
verplaatsen en even af te wachten of het tintelen weg trekt. Werkt dit
niet, maak dan de bondage los.
Leg je de bondage om een arm, dan geldt uiteraard iets vergelijkbaars
met betrekking tot de elleboogholte en de bovenarmzenuwen (zie de
uitleg over de bovenarmzenuwen in onze tasuki-variant
tutorial).
(Afbeelding links: de
bovenbeenzenuw(en). Uit: Gray's Anatomy of the Human Body, 1918,
copyright expired)
|